Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Inhoud van een tegenprestatie

Onderdeel van Verordening tegenprestatie Ede 2015

1.. Iedereen doet mee naar vermogen. Daarbij geldt als uitgangspunt dat elke werkzoekende een eigen verantwoordelijkheid draagt voor het versterken van zijn zelfredzaamheid en naar vermogen participeert in de samenleving. Indien nodig kan beroep worden gedaan op (tijdelijke) ondersteuning door de gemeente. 2.. Een plan van aanpak gericht op re-intergatie of participatie wordt opgesteld samen met de werkzoekende, indien het college dit noodzakelijk acht, voor het aanbieden van ondersteuning en/of een aanbod op maat. 3.. Het college kan werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt; niet zijn bedoeld als re-integratie instrument; worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze worden verricht; en niet leiden tot verdringing; 4.. Het college ziet af van het opleggen van een tegenprestatie: indien via een plan van aanpak een aanbod is gedaan voor een voorziening gericht op re-integratie of participatie als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Re-integratieverordening Participatiewet Ede 2015; de belanghebbende zorgtaken, waaronder mantelzorg, verricht die naar oordeel van het college noodzakelijk zijn; indien er geen voor de belanghebbende geschikte werkzaamheden voorhanden zijn. 5.. Het college bepaalt in nadere regels welke werkzaamheden het als tegenprestatie kan aanbieden.

Rechtspraak bij dit artikel