Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1. › Paragraaf 1.7.

Artikel 1.7.2.

Uitgangspunten

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp en Wmo 2022 Gemeente Geldrop-Mierlo

Het gaat er bij gebruikelijke hulp om dat er een evenwicht is tussen draaglast en draagkracht. Kan de huisgenoot de zorg dragen? Belangrijk hierbij is: Persoonskenmerken van degene die ondersteuning nodig heeft; De benodigde ondersteuningsintensiteit (aard en frequentie zorghandelingen, mate van planbaarheid, mate van uitstelbaarheid, mate van toezicht, omvang in tijd, korte of langdurige (chronische) situatie …); Woonsituatie en samenstelling gezin (één- of tweeoudergezin, aantal kinderen, leeftijd kinderen, .…); (Verplichte) activiteiten van huisgenoot (werk, school, hoeveel uur, .…). Hierbij geldt overigens als uitgangspunt dat het hebben van een baan of het volgen van een opleiding het leveren van gebruikelijke hulp niet per definitie in de weg staat. Dit geldt ook voor andere activiteiten in het kader van participatie van een huisgenoot (hobby, vrijwilligerswerk, …); Kennis en vaardigheden (waaronder begrepen de leerbaarheid) van huisgenoot om de benodigde ondersteuning te leveren; Gezondheidssituatie van huisgenoot waaronder mede begrepen de draagkracht/ belastbaarheid van de huisgenoot. Hierbij speelt ook de eigen verantwoordelijkheid van de huisgenoot een rol om dit tijdig te signaleren; Leeftijd van huisgenoot; Sociaal netwerk (inzet/ ondersteuning van anderen uit netwerk); Binnen een gezinssituatie mag er verwacht worden dat de gezinsleden in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor de huishoudelijke hulp; De geleverde zorg door de huisgenoot die de gebruikelijke hulp in omvang en intensiteit overstijgt, is in eerste aanzet mantelzorg. De inzet van vrijwillige mantelzorg (in het verlengde van gebruikelijke hulp) maakt dat een hulp-op-maat c.q. individuele voorziening niet aan de orde is. Er moet rekening worden gehouden met een mogelijk gevaar voor overbelasting van de mantelzorger. Overbelasting van de mantelzorger of dreiging daarvan kan ertoe leiden dat hulp- op-maat alsnog nodig is. In een gezinssituatie met kinderen zijn onderstaande maatstaven van belang: Voor kinderen geldt dat er een bandbreedte is in het normale ontwikkelingsprofiel. Ook tussen kinderen van dezelfde leeftijd zonder ondersteuning vanuit de Jeugdwet kan de omvang van de zorg (per dag) verschillen. Het ene kind vraagt meer aandacht dan het andere kind. Gebruikelijke hulp bij kinderen kan activiteiten omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomen. Ouderlijk toezicht: dit toezicht wordt anders naarmate een kind ouder wordt en zich ontwikkelt. Begeleiding bij kinderen tot 3 jaar: kinderen in deze leeftijd hebben volledige verzorging en begeleiding van een ouder nodig. Begeleiding naar het ziekenhuis: ook als een kind meerdere keren per week naar het ziekenhuis moet, is het gebruikelijk dat een ouder meegaat. Begeleiding naar zwemles: is de duur van de zwemles aanzienlijk afwijkend van dat van een kind met een normaal ontwikkelingsprofiel, ook dan is het gebruikelijk dat een ouder meegaat. Dit kan worden gezien als deelname aan een sportvereniging. Het instrueren van derden (familie/vrienden): over hoe derden op een goede manier kunnen omgaan met de jeugdige. In chronische situaties is pas sprake van bovengebruikelijke hulp wanneer de omvang van de hulp en zorg substantieel meer is dan een gezond kind van dezelfde leeftijd gemiddeld nodig heeft. Wij maken hierbij gebruik van de CIZ indicatie en richtlijnen voor gebruikelijke zorg (CIZ-indicatiewijzer, zie bijlage 8). Met substantieel wordt een omvang bedoeld van gemiddeld meer dan een uur per etmaal. Dit uur is in de thuissituatie geen bovengebruikelijke zorg, maar behoort nog tot gebruikelijke hulp en zorg. Als er binnen een gezin meerdere kinderen met beperkingen zijn en deze kinderen hebben een jeugdwet-zorgvraag, dan wordt het uur substantieel slechts één keer in mindering gebracht. Ook voor bovengebruikelijke hulp wordt gekeken of er andere mogelijkheden zijn dan hulp-op-maat. Dat geldt bijvoorbeeld voor de eigen kracht van ouders. Het bieden van een beschermende woonomgeving van ouders aan kinderen is tenminste tot en met een leeftijd van 17 jaar in beginsel gebruikelijke hulp, zowel in kortdurende als langdurige situaties. Kan een kind niet bij (een van) de ouder(s) wonen vanwege de onmogelijkheden van de ouder(s) om een veilig thuis te bieden en/of vanwege opvoedingsonmacht van de ouder(s), dan is verblijf op grond van de Jeugdwet aan de orde. Bij de weging of er sprake is van bovengebruikelijk toezicht gaat het om de mate van toezicht die nodig is op basis van de aandoeningen, stoornissen en beperkingen van het kind. Uitzonderingen: Voor zover een partner, ouder, volwassen broer/zus en/of elke andere volwassen huisgenoot geobjectiveerde beperkingen heeft en/of kennis/vaardigheden mist om gebruikelijke ondersteuning ten behoeve van de cliënt uit te voeren en deze vaardigheden niet kan aanleren, wordt van hem/haar geen bijdrage verwacht. Voor zover een partner, ouder, volwassen broer/zus en/of andere volwassen huisgenoot overbelast is of dreigt te raken, wordt van hem of haar geen gebruikelijke ondersteuning verwacht, totdat deze dreigende overbelasting is opgeheven. Daarbij geldt het volgende: Wanneer voor de partner, ouder, volwassen broer/zus en/of andere volwassen huisgenoot eigen mogelijkheden en/of voorliggende voorzieningen zijn om de (dreigende) overbelasting op te heffen dienen deze eigen mogelijkheden en/of voorliggende voorzieningen hiertoe te worden aangewend. Als er sprake is van (dreigende) overbelasting vanwege het zelf leveren van geïndiceerde ondersteuning, dient men die overbelasting op te heffen door deze ondersteuning door (andere) zorgverleners uit te laten voeren/in te kopen. Voor zover de cliënt zich in de terminale levensfase bevindt, kan een partner, ouder, broer/zus en/of andere huisgenoot afhankelijk van de situatie vrijgesteld worden van de (boven)gebruikelijke hulp en zorg.

Rechtspraak bij dit artikel