belasting(en): belastingen die door de gemeente worden geheven;
belastingdeurwaarder: de daartoe door het college aangewezen gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel e, van de Gemeentewet;
besluit (het): het Uitvoeringsbesluit Invorderingsweg 1990;
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;
echtgenoot: de echtgenoot, bedoeld in artikel 3 Pw;
hoger beroep: hoger beroep bij een gerechtshof dan wel, als beroep in cassatie bij de Hoge Raad is ingesteld, cassatieberoep;
inspecteur: de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, met inbegrip van de ambtenaren aan wie ter zake mandaat is verleend door de inspecteur;
ondernemer: de belastingschuldige die een onderneming drijft of zelfstandig een beroep uitoefent;
ontvanger: de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet, met inbegrip van de ambtenaren aan wie ter zake mandaat is verleend door de ontvanger;
particulier: de belastingschuldige die niet als ondernemer wordt aangemerkt;
regeling (de): de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990;
wet (de): de wet van 30 mei 1990 op de invordering van rijksbelastingen (Invorderingswet 1990).
Onder de overige in deze leidraad gebruikte begrippen wordt hetzelfde verstaan als de wet daaronder verstaat.
Hoofdstuk 1. › Paragraaf 1.1.
Artikel 1.1.2.
Definities (1.1.2)
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen