Als de belastingschuldige een verzoek om uitstel indient bij de ontvanger in verband met een bezwaarschrift tegen de belastingaanslag dan moet hij in het verzoek het bestreden bedrag van de aanslag en de berekening van dat bedrag vermelden.
Een in verband daarmee gevraagd uitstel van betaling kan de ontvanger verlenen tot het moment waarop de inspecteur uitspraak op het bezwaarschrift doet met daarbij de voorwaarde dat het niet bestreden gedeelte van de aanslag tijdig wordt voldaan.
Het bezwaarschrift leidt er niet toe dat de automatische incasso wordt aangepast en/of gestopt.
Onder een bezwaarschrift wordt ook begrepen een door de belastingschuldige ingediend (hoger) beroepschrift.
Het in deze paragraaf beschreven uitstelbeleid heeft uitsluitend betrekking op het door de belastingschuldige bestreden deel van de belastingaanslag waarvoor uitstel is verzocht of verleend.
Als de belastingschuldige bij de ontvanger een verzoek om uitstel indient in verband met een op korte termijn in te dienen bezwaarschrift, dan licht de ontvanger de inspecteur daaromtrent in en wordt dit verzoek ook aangemerkt als een pro-formabezwaarschrift.
Hoofdstuk 18. › Paragraaf 18.2.
Artikel 18.2.2.
Bezwaar- of beroepschrift geldt niet automatisch als verzoek om uitstel (25.2.2)
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen