Aan het verlenen van een betalingsregeling stelt de ontvanger de voorwaarde dat de belastingschuldige nieuw opkomende fiscale en andere financiële verplichtingen - waarvan de invordering aan de ontvanger is opgedragen - bijhoudt.
Bovendien stelt de ontvanger de voorwaarde dat zekerheid wordt gesteld (zie artikel 25.1.13 - nummering in koptekst - van deze leidraad). De hoogte van de zekerheid moet gelijk zijn aan de schuld waarvoor uitstel wordt verzocht. De ontvanger kan zekerheid stellen door het leggen van beslag (on)roerende zaken.
Hoofdstuk 18. › Paragraaf 18.6.
Artikel 18.6.2.
Voorwaarden betalingsregeling ondernemers (25.6.2)
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen