Eindverantwoording van de subsidie vindt plaats overeenkomstig artikel 14 van de verordening. De hier van toepassing zijnde bepalingen uit artikel 14 luiden thans als volgt:
Bij subsidies vanaf € 5.000 tot € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:
of uiterlijk 12 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.
De aanvraag bevat:
een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.
een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);
een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop.
Het college kan bij beschikking bepalen of de subsidieontvanger een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijke accountant, dient in te leveren.