Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Opheffing sluiting

Onderdeel van Beleidsregels artikel 13b van de Opiumwet

Het sluiten van een pand op grond van artikel 13b van de Opiumwet is niet bedoeld om eigenaren/bewoners van panden of personen die betrokken waren bij de drugshandel te straffen. De sluiting is een maatregel die is gericht op het pand en beoogt de negatieve effecten en risico's voor de openbare orde en veiligheid en van de handel in drugs, de productie van en het gebruik van drugs zoveel mogelijk te voorkomen of weg te nemen. Met de sluiting wil de burgemeester herhaling van de handel in drugs in of vanuit het pand voorkomen, de bekendheid van het pand als drugspand in het criminele circuit wegnemen en het signaal afgeven dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit. Het uitgangspunt is gelet hierop dat een opgelegde sluiting ook geëffectueerd wordt. Het sluiten van een woning betekent echter wel dat die woning gedurende een aantal maanden niet beschikbaar is voor bewoning. Dit is, in de huidige tijd van grote krapte op de markt voor huurwoningen, niet wenselijk. De burgemeester heeft oog voor zowel het algemeen belang van bestrijding van drugshandel als voor het algemeen belang van beschikbaarheid van voldoende huurwoningen. Hij is daarom onder bepaalde omstandigheden bereid welwillend te kijken naar een verzoek tot opheffing van een reeds geëffectueerde sluiting van een huurwoning. De minimale sluitingstermijn betreft in ieder geval 1 maand. Bij een verzoek om opheffing van de sluiting wordt door de burgemeester steeds per geval bekeken of hieraan tegemoet gekomen kan worden. Daarbij wordt beoordeeld of de doelstellingen van de Beleidsregels artikel 13b Opiumwet in het concrete geval voldoende zijn bereikt. Verzoeken tot opheffing kunnen alleen door particuliere verhuurders worden ingediend, voor woningcorporaties geldt een bijzonder regime met dezelfde minimale sluitingsduur van 1 maand. De burgemeester is bereid tot opheffing van de sluiting indien: I. De eigenaar/verhuurder aantoont dat hij bij het aangaan van de huurovereenkomst inspanningen heeft gepleegd om illegaal gebruik van zijn woning te voorkomen; Daarbij spelen de volgende factoren een rol: Er is een schriftelijke huurovereenkomst en een deugdelijke huuradministratie; Uit de huuradministratie blijkt dat de huur wordt voldaan aan de eigenaar en door degene met wie die huurovereenkomst is gesloten. Indien de huurbetaling structureel door een ander dan de huurder wordt verricht, dient de verhuurder na te gaan of daar een goede reden voor is. Er dient sprake te zijn van bancaire huurbetalingen; De identiteit en kredietwaardigheid van de huurder(s) zijn geverifieerd door middel van identiteitsbewijs, werkgeversverklaring, recente loonstroken en/of een inkomensverklaring. De eigenaar/verhuurder wijst huurder erop dat deze zich moet inschrijven in de Basisregistratie personen (BRP) op het betreffende huuradres. De eigenaar/verhuurder aannemelijk maakt dat hij actief toezicht heeft gehouden op het gebruik van zijn woning; Daarbij spelen de volgende factoren een rol: De eigenaar/verhuurder maakt aannemelijk dat hij voldoende concreet toezicht heeft gehouden op het gebruik van zijn gehuurde woning. Van eigenaren wordt verwacht dat zij zich tot op zekere hoogte informeren over het gebruik dat van het pand wordt gemaakt; De eigenaar/verhuurder maakt zelf actief melding van woon -en adresfraude bij de gemeente en van verdachte omstandigheden in zijn woning bij de politie, wanneer daartoe aanleiding bestaat; De eigenaar/verhuurder aannemelijk maakt dat hij, na het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs of na het aantreffen van een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a eerste lid onder 3 Opiumwet, of artikel 11a Opiumwet (de zogenaamde voorbereidingshandelingen) in zijn woning, uit eigen beweging actie heeft ondernomen om de negatieve effecten daarvan op de openbare orde en de woon- en leefomgeving weg te nemen en voldoende maatregelen heeft getroffen om het risico op herhaling van verstoring van de openbare orde door illegaal gebruik van zijn woning voor drugshandel te verkleinen; Daarbij spelen de volgende factoren een rol: De eigenaar/verhuurder gaat zelf actief over tot opzegging of beëindiging van de huurovereenkomst en het toewijzen van de woning aan een nieuwe huurder. Een verzoek tot opheffing wordt in ieder geval niet ingewilligd indien degene tot wie de sluiting zich richtte nog steeds de feitelijke bewoner of huurder is van de woning. en II. Niet is gebleken van zwaarwegende belangen die zich verzetten tegen opheffing van de sluiting. Van zwaarwegende belangen is in ieder geval sprake bij recidive of wanneer sprake is van een zeer ernstig geval (zoals omschreven onder de tabellen opgenomen onder ad I Woningen en/of daarbij behorende erven: drugshandel/ voorbereidingshandelingen).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel