Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Toepassingsbereik Wet Bibob

Onderdeel van BELEIDSREGEL VOOR DE TOEPASSING VAN DE WET BIBOB, GEMEENTE EEMSDELTA

2.1. Horeca, prostitutie en speelautomaten Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel altijd plaats bij elke aanvraag voor een beschikking als bedoeld in: artikel 3 Alcoholwet (Alcoholwetvergunning, met uitzondering van de paracommerciële horecabedrijven als bedoeld in artikel 4 van de Alcoholwet)); artikel 2.40b van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Eemsdelta (speelautomatenhal). Zolang de APV van de gemeente Eemsdelta nog niet van kracht is, is de aangevraagde beschikking gebaseerd op art. 2.39, lid 2 uit de APV's van de voormalige gemeenten Delfzijl, Appingedam en Loppersum. artikel 3.3, lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Eemsdelta (seksbedrijf). In afwachting van de inwerkingtreding van de APV van de gemeente Eemsdelta is de aanvraag voor een vergunning voor een seksbedrijf gebaseerd op art. 3.4 APV gemeente Delfzijl of art. 3.3 APV gemeente Appingedam of art. 3.3. APV gemeente Loppersum. artikel 5 Drank- en horecaverordening gemeente Eemsdelta, voor zover het betreft een coffeeshop. In afwachting van de inwerkingtreding van de Drank- en Horecaverordening van de gemeente Eemsdelta is de aanvraag voor deze beschikking gebaseerd op art. 5 van de Drank- en horecaverordening gemeente Delfzijl of art. 4 van de Drank- en Horecaverordening gemeente Loppersum. 2.2. Omgevingsvergunningen bouw 2.2.1. Uitvoering van de Bibob-toets vindt in beginsel plaats bij onderstaande aanvragen voor een beschikking als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo), indien een of meer van de volgende criteria op de aanvraag van toepassing zijn: de aanvraag heeft betrekking op een bouwsom hoger dan € 1.000.000,- (excl. BTW). De bouwsom wordt door de gemeente berekend; de aanvraag heeft betrekking op een bouwwerk ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten, de bouwsom bedraagt meer dan € 50.000,- (excl. BTW) en heeft betrekking op één of meer van de in Bijlage 1 genoemde risicocategorieën. 2.2.2. In geval van een aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wabo zal voorts in beginsel uitvoering worden gegeven aan een Bibob-toets indien op grond van: eigen ambtelijke informatie informatie verkregen van het Bureau Bibob en/of informatie afkomstig van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet (OM-tip); vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager en/of met hem direct in verband te brengen personen zoals onder meer de personen die direct of indirect leidinggeven en/of direct of indirect zeggenschap uitoefenen en/of direct of indirect vermogen verschaffen aan de betreffende activiteiten en/of onderneming of dat in het verleden hebben gedaan en/of over de organisatiestructuur en/of de wijze van financiering. 2.2.3. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid zal geen Bibob-toets worden toegepast, indien de aanvraag afkomstig is van overheidsinstanties, semi-overheidsinstanties en woning(bouw)corporaties. Toelichting Uitgangspunt is dat een Bibob-toets plaats vindt in gevallen waarin sprake is van een financiële investering van redelijke omvang dan wel het bouwwerk op enige wijze een faciliterende rol kan spelen in bedrijfsmatige activiteiten die een vergroot risico in zich hebben voor criminele invloeden. De in lid 2.1 genoemde risicocategorieën zijn niet limitatief en kunnen, indien de ontwikkelingen dit noodzakelijk maken, door het college van burgemeester en wethouders worden aangepast. De aanvrager van een Wabo-vergunning is vaak slechts een schakel bij deze zaaks gebonden vergunning. Het is niet ongebruikelijk dat anderen dan de toekomstige gebruiker de vergunning aanvragen. Door het zaaks gebonden karakter kunnen mindere bonafide personen buiten schot blijven. Bovendien is de vergunning na verlening eenvoudig over te dragen. Daarom is de Bibob-toets ook van toepassing op degene die op grond van feiten en omstandigheden redelijkerwijs met een aanvrager kan worden gelijkgesteld. Indien een aanvrager binnen een periode van twee jaar (gerekend vanaf de eerste aanvraag) meer aanvragen voor een Wabo-vergunning indient, zal, bij ongewijzigde omstandigheden ten opzichte van de eerste aanvraag (bedrijfsstructuur, financiering, zakelijke partners, enz.) en de uitkomst van de Bibob-toets op de eerste aanvraag positief was, bij volgende aanvragen geen Bibob-toets worden toegepast. 2.3. Omgevingsvergunningen milieu 2.3.1. Bij aanvragen van: een beschikking als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht die betrekking heeft op een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van die wet (omgevingsvergunningen inrichtingen Wet Milieubeheer) of een beschikking als bedoeld in artikel 2.1 eerste lid, aanhef en onder i van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht, voor zover dat onderdeel die betrekking heeft op een activiteit waarvoor bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 2.17 van die wet is bepaald, dat de beschikking in het geval onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet kan worden geweigerd (omgevingsvergunningen beperkte milieutoets); zal in beginsel uitvoering gegeven worden aan de Bibob-toets, indien zij vallen op onder één van de in Bijlage 1 genoemde risicocategorieën. Ook zal een eigen onderzoek plaatsvinden, indien op grond van eigen ambtelijke informatie en/of informatie verkregen van het Bureau Bibob en/of informatie afkomstig van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet (OM-tip) vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager en/of met hem in verband te brengen personen zoals onder meer personen die direct of indirect leiding geven en/of direct of indirect zeggenschap uitoefenen en/of direct of indirect vermogen verschaffen aan de betreffende activiteiten en/of onderneming of dat in het verleden hebben gedaan en/of over de organisatiestructuur en/of de wijze van financiering. 2.3.2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid zal geen Bibob-toets worden gedaan indien de aanvraag afkomstig is van (semi-)overheidsinstanties. 2.4. Subsidies Ingeval van een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in de Algemene Subsidieverordening gemeente Eemsdelta 2021, of in geval van een reeds op grond van de Subsidieverordeningen van de voormalige gemeenten Delfzijl, Appingedam en Loppersum verleende subsidie, kan het bestuursorgaan uitvoering geven aan een Bibob-toets indien op grond van: eigen ambtelijke informatie, en/of informatie verkregen van het Bureau Bibob en/of informatie afkomstig van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC, en/of vanuit het OM verkregen informatie als bedoeld in art. 26 van de wet (OM-tip) vragen ontstaan of bestaan over omstandigheden in de persoon van de aanvrager en/of met hem in verband te brengen personen zoals onder meer de personen die direct of indirect leidinggeven en/of direct of indirect zeggenschap uitoefenen en/of direct of indirect vermogen verschaffen aan de betreffende activiteiten en/of onderneming of dat in het verleden hebben gedaan en/of over de organisatiestructuur en/of wijze van financiering. Het bestuursorgaan kan in dit verband in ieder geval actief navraag doen binnen haar organisatie of bij de hierboven vermelde partners. Het bestuursorgaan kan voorts uitvoering geven aan een Bibob-toets indien de aanvraag of een reeds verleende subsidie betrekking heeft op een risicogebied of een bepaald type subsidie dat als zodanig is aangewezen en bekend gemaakt. 2.5. Overige beschikkingen Uitvoering van het eigen onderzoek kan bij overige aanvragen om een beschikking, wanneer deze aanvragen niet genoemd worden in deze beleidsregel, plaats vinden, wanneer uit ambtelijke informatie en/of informatie afkomstig van één van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC en/of wanneer er vanuit het Bureau Bibob informatie als bedoeld in artikel 11 dan wel vanuit het OM informatie als bedoeld in artikel 26 van de wet wordt verstrekt, duidelijke aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen, dat ten aanzien van de betrokkene(n) en/of derden als bedoeld in artikel 3, lid 4 van de wet, mogelijk sprake is van een ernstige dan wel mindere mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de wet. Daarnaast zal eigen onderzoek plaatsvinden als bij navraag (artikel 11a van de wet) bij het Bureau Bibob blijkt dat tegen de aanvrager van een beschikking in de afgelopen twee jaar advies is uitgebracht of een adviesaanvraag in behandeling is genomen bij het Bureau Bibob.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel