Naar hoofdinhoud
1.. Als een belanghebbende van mening is dat de financiële situatie zodanig is dat de op grond van artikel 5 vastgestelde annuïteit respectievelijk de op grond van artikel 6 vastgestelde maandtermijn in redelijkheid niet kan worden voldaan, kan die een betalingsregeling voorstellen. 2.. Het college stemt in met een voorgestelde betalingsregeling als: wordt afgelost met minimaal een bedrag gelijk aan 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, en de lening (inclusief eventuele kosten en verschuldigde rente) alsnog is afgelost binnen 12 maanden na afloop van de oorspronkelijke looptijd van de lening respectievelijk de vordering (inclusief eventuele kosten) alsnog is afgelost binnen 12 maanden na afloop van de oorspronkelijke aflossingsduur op grond van de oorspronkelijk vastgestelde maandtermijnen. 3.. Als de in het tweede lid vermelde termijn niet haalbaar blijkt, stemt het college alsnog in met een voorgestelde betalingsregeling als daarmee wordt bereikt dat belanghebbende de lening via minnelijke weg blijft aflossen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel