In deze verordening wordt verstaan onder:
binnenschip: schip, niet zijnde een zeeschip;
ENI-nummer: European Number of Identification;
haven: alle bevaarbare wateren van de gemeente;
laadvermogen: de in tonnen uitgedrukte hoeveelheid goederen, welke het vaartuig maximaal mag laden;
lading: alle door het binnenschip geloste en ingenomen goederen en verpakkingsmateriaal, containers en trailers, doch zonder daarbij in aanmerking te nemen ballast, brandstof, proviand en andere voor eigen gebruik bestemde scheepsbenodigdheden, de handbagage van de opvarenden voor zover deze met de opvarenden op hetzelfde vaartuig vervoerd worden en schadelijke stoffen als bedoeld in art. 1 van de Wet voorkoming verontreiniging door die schepen (Staatsblad 1983, nr. 683);
meetbrief: een document als bedoeld in artikel 4.1 van de Binnenvaartregeling;
passagiersschip: een binnenschip dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen met of zonder overnachtingsaccommodaties;
pleziervaartuig: een vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor recreatieve doeleinden, niet zijnde een passagiersschip of een zeilend bedrijfsvaartuig;
schipper: degene die de feitelijke leiding over een binnenschip voert;
sleep- of duwboot: een binnenschip dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het slepen of duwen van andere vaartuigen;
tankschip: schip, gebouwd of aangepast en gebruikt voor het vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn laadruimten;
tarieventabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tabel met daarin opgenomen de tarieven;
ton: een gewichtseenheid van 1.000 kilogram;
vaartuig: elk drijvend lichaam dat blijkens zijn constructie is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van voorwerpen die al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmaken;
vrachtschip: een binnenschip dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer van goederen;
woonschepen: vaartuigen, uitsluitend of in hoofdzaak gebezigd als, of die te oordelen naar hun constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd zijn tot, dag- of nachtverblijf van een of meer personen.