1. Voor subsidie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, komen in aanmerking kosten die in direct verband staan met het starten van nieuw aanbod dat qua inhoud wezenlijk anders is dan het bestaande aanbod van de subsidieaanvrager. Hieronder vallen uitsluitend:
a. opleidingskosten wanneer deze nodig zijn voor een bepaalde nieuwe doelgroep;
b. huur van een accommodatie;
c. promotiekosten.
2. Voor subsidie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder b, komen in aanmerking kosten die gemaakt worden om de kwaliteit van de organisatie te verhogen zodat het structurele sport- en /of beweegaanbod beter geborgd is. Hieronder vallen in ieder geval:
a. opleiding van bestuur van de sportvereniging of sportstichting;
b. ondersteuning op beleidsniveau;
c. een financiële en fiscale scan;
d. kosten voor het ontwikkelen van een veilig sportklimaat;
e. een sport-specifieke basistraining voor nog niet opgeleide ouders of trainers om sport- en/of beweegaanbod mogelijk te maken.
3. Geen subsidie wordt verleend voor:
a. producten of diensten die om niet kunnen worden verkregen, zoals EHBO cursussen, gratis materiaal van het NOC*NSF voor het ontwikkelen van een veilig sportklimaat of de eigen bijdrage voor de cursus “Meer Vrijwilligers in Kortere Tijd”;
b. sport-specifieke vervolgcursussen.
Artikel 5
Subsidiabele kosten
Onderdeel van Subsidieregeling groeibijdrage sport- en beweegaanbieders gemeente Eindhoven 2022