**1..** Het college scheldt het restant van een niet-verwijtbare vordering op verzoek kwijt, indien de belanghebbende:
gedurende een periode van 5 jaar aaneengesloten volledig aan zijn aflossingsverplichtingen heeft voldaan, zoals bedoeld in de artikelen 8 en 9;
onder het in onderdeel a genoemde “aan zijn aflossingsverplichtingen heeft voldaan” wordt tevens gerekend de periode dat de belanghebbende geen of een onvolledige afloscapaciteit had, of;
gedurende 5 jaar niet volledig aan de opgelegde betalingsverplichting heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag alsnog heeft voldaan.
**2..** Het college scheldt het restant van een fraudevordering op verzoek kwijt, indien de belanghebbende:
gedurende een periode van 10 jaar aaneengesloten volledig aan zijn aflossingsverplichtingen heeft voldaan, zoals bedoeld in de artikelen 8 en 9, of
gedurende 10 jaar niet (volledig) aan zijn terugbetalingsverplichting heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag alsnog heeft betaald (artikel 58 lid 7 sub a en b PW en artikel 25 lid 6 sub a en b IOAW en IOAZ).
**3..** Als de belanghebbende tijdens de duur van de aflossingsperiode opnieuw de informatieverplichting schendt, wordt geen kwijtschelding voor de fraudevordering verleend.
**4..** Kwijtschelding van een fraudevordering geschiedt slechts eenmalig. Bij een volgende fraudevordering bij dezelfde belanghebbende zal kwijtschelding niet meer aan de orde zijn.
**5..** Indien bijstand in de vorm van een geldlening is verstrekt overeenkomstig artikel 50 lid 2 PW en bij verkoop van de eigen woning op basis van de waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering het voor de afrekening beschikbare bedrag lager is dan het resterende bedrag van de geldlening en van de rentevordering, wordt het verschil kwijtgescholden, voor zover er naar het oordeel van het college geen sprake is van verwijtbaar handelen door de belanghebbende.
**6..** Bij de kwijtschelding in lid 1 en 2 geldt dat als gedurende de aflossingsperiode sprake is van een verrekening op grond van artikel 60a lid 4 Participatiewet en artikel 28 lid 7 IOAW en IOAZ, deze verrekening als één termijnbetaling wordt aangemerkt.
**7..** Belemmeringen voor kwijtschelding:
Het op basis van dit artikel genomen besluit tot (gedeeltelijk) afzien van terugvordering wordt ingetrokken, indien op een later tijdstip blijkt dat belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid. Indien de verstreken tijd tussen het tijdstip waarop kennis wordt genomen van de onjuiste dan wel onvolledige gegevensverstrekking en de datum waarop het kwijtscheldingsbesluit kenbaar werd gemaakt 5 jaar of meer bedraagt, wordt afgezien van een besluit tot intrekking.
Kwijtschelding wordt niet verleend indien de vordering wordt gedekt door hypotheek of pand op een goed of goederen, of deze mogelijkheid alsnog blijkt te bestaan.
Vorderingen die voortvloeien uit het Bbz 2004 komen niet in aanmerking voor kwijtschelding.
Als de belanghebbende beschikt over vermogen, dus als het geheel van bezittingen en schulden, inclusief de schulden aan het college, positief is, is er geen aanleiding om tot kwijtschelding van vorderingen over te gaan. Van een problematische schuldsituatie is dan geen sprake, de schuld kan zonder bezwaar worden afgelost. Dit geldt voor zowel fraudevorderingen als niet verwijtbare vorderingen.
De voorwaarden voor kwijtschelding gelden per vordering afzonderlijk.
HOOFDSTUK 4
Artikel 15
Kwijtschelding openstaande vorderingen
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ en invordering bestuurlijke boete 2017