**1..** Voor niet-verwijtbare vorderingen maakt het college gebruik van de bevoegdheid om tot verrekening met de uitkering over te gaan (artikel 60 lid 3 PW en artikel 28 lid 3 IOAW en IOAZ).
**2..** Verrekening met uitkering van Sociale Zaken IJsselgemeenten:
Bij een lopende uitkering wordt zowel de fraudevordering als de niet-verwijtbare vordering alsmede de bestuurlijke boete verrekend met de uitkering. De omvang van de afloscapaciteit wordt gesteld op het voor beslag vatbare bedrag.
Bij het vaststellen van de betalingsverplichting op een fraudevordering en/of een bestuurlijke boete met een (gezamenlijk) totaal vanaf € 5.000,- moet tevens eventueel relevant vermogen worden beoordeeld. Dit vermogen dient te worden aangewend ter aflossing van de vordering.
Voor leenbijstand in duurzame gebruiksgoederen geldt dat de leenbijstand wordt afgelost met het voor beslag vatbare bedrag via verrekening met de uitkering.
**3..** Pseudoverrekening / verrekening met uitkering van andere gemeente, UWV of SVB:
Indien een belanghebbende een uitkering ontvangt van het college van een andere gemeente (dan het college dat kosten van uitkering terugvordert of een bestuurlijke boete heeft opgelegd), kan het college van die andere gemeente op verzoek van het college de vordering rechtstreeks verrekenen met de uitkering van die andere gemeente (artikel 60a lid 1 PW en artikel 28 lid 4 IOAW en IOAZ). Hiervoor is geen machtiging nodig van de belanghebbende. Op dezelfde wijze is verrekening van een vordering mogelijk met het UWV en de SVB als de belanghebbende van deze instanties een uitkering ontvangt (artikel 60a lid 2 en lid 3 PW en artikel 28 lid 4 IOAW en IOAZ).
Indien een belanghebbende bij een andere gemeente een uitkering ontvangt, dan wel bij het UWV of SVB een uitkering heeft op bijstandsniveau, wordt de afloscapaciteit gesteld op het voor beslag vatbare bedrag van de uitkering. Indien de uitkering hoger is dan de bijstandsnorm, wordt de omvang van de afloscapaciteit berekend zoals aangegeven in artikel 9. Een eventuele betalingsregeling die is getroffen met de belanghebbende wordt gerealiseerd door middel van verrekening met de uitkering van de andere uitkeringsinstantie.
**4..** Bij het vaststellen van het termijnbedrag ter aflossing van de vordering moet de belanghebbende tenminste de beschikking houden over een bedrag gelijk aan de beslagvrije voet, als bedoeld in het Tweede Boek, Tweede afdeling van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
HOOFDSTUK 3
Artikel 8
Verrekening in geval van lopende uitkering
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ en invordering bestuurlijke boete 2017