Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2022

1.. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen; (mobiel) kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan, dal enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht; (kampeer)seizoen: ingaande op 1 maart en eindigend op 1 november van het belastingjaar; vaste jaarplaats: een terrein of terreingedeelte op een kampeerterrein, dat is gehuurd van de exploitant van het kampeerterrein, bestemd voor het gedurende een jaar hebben van een zelfde (mobiel) kampeermiddel, dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd; seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte op een kampeerterrein, dat is gehuurd van de exploitant van het kampeerterrein, bestemd voor het gedurende een seizoen hebben van een zelfde (mobiel) kampeermiddel, dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd; vaste seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte op een kampeerterrein, dat is gehuurd van de exploitant van het kampeerterrein, bestemd voor het gedurende een seizoen hebben van een zelfde (mobiel) kampeermiddel, dat doorgaans na afloop van het seizoen niet wordt verwijderd en waarin het gedurende de periode buiten het seizoen niet toegestaan is om te overnachten; 2.. De mogelijkheid om bij de aangifte te opteren voor de forfaitaire berekening van de maatstaf van heffing geldt alleen voor de in lid 3 van dit artikel genoemde categorieën. 3.. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: (mobiele) kampeermiddelen op vaste jaarplaatsen bepaald op 2,6; (mobiele) kampeermiddelen op vaste seizoenplaatsen bepaald op 2,5; (mobiele) kampeermiddelen op seizoenplaatsen bepaald op 2,4. 4.. Het aantal nachten dat door de in lid 3 bedoelde personen wordt overnacht, wordt: ingeval van lid 3, onderdeel a, bepaald op 59 nachten; ingeval van lid 3, onderdeel b, bepaald op 54 nachten; ingeval van lid 3, onderdeel c, bepaald op 55 nachten. 5.. In afwijking van lid 3 en 4 wordt het forfait niet toegepast op verblijf in (mobiele) kampeermiddelen en woningen die niet door dezelfde persoon of personen worden gehuurd voor de gehele duur van een arrangement, voorseizoenarrangement, verlengd voorseizoenarrangement, naseizoenarrangement of maandarrangement, maar steeds worden gehuurd door wisselende verblijfhoudenden voor een korte periode.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel