Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10.

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2022

De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt is de belasting verschuldigd voor zoveel driehonderd vijfenzestigste gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle etmalen resteren. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt bestaat aanspraak op vermindering voor zoveel driehonderd vijfenzestigste gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle etmalen resteren, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00. Als het aantal honden meer dan één bedraagt en in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op vermindering voor zoveel driehonderd vijfenzestigste gedeelten van de voor dat belastingjaar verschuldigde belasting als er in dat belastingjaar na de vermindering nog volle etmalen overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de vermindering minder bedraagt dan € 5,00. De vermindering van de verschuldigde belasting vindt plaats in de volgende volgorde en niet op het totaalbedrag aan hondenbelasting: Voor iedere hond boven het aantal van één. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. Indien de belastingplicht is beëindigd na dagtekening van het aanslagbiljet, kan de belastingplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.

Rechtspraak bij dit artikel