Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.

Artikel 15.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies Laren 2021

1.. Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn. 2.. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit binnen een redelijke termijn vóór aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, (email)adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren. 3.. De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. 4.. De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan sprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een spreker en deelnemers van de vergadering. 5.. De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker. 6.. De voorzitter kan de spreektijd beperken indien de orde van de vergadering dit vereist.

Rechtspraak bij dit artikel