3.1. Giften hoger dan het in artikel 2 lid 1 genoemde maximum worden vrijgelaten, wanneer deze worden verstrekt:
voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand verstrekt had kunnen worden;
voor noodzakelijke kosten dan wel uit medisch oogpunt wenselijke kosten, voor zover de levensstandaard hierdoor niet wordt verhoogd;
door werkgevers voor werknemers voor zover deze onbelast zijn;
door de Voedselbank, kledingbank, weggeefwinkel, Stichting Leergeld, Jeugdfonds Sport en Cultuur en dergelijke charitatieve instellingen.
3.2. Voor giften genoemd onder d bestaat geen meldingsplicht. 3.3. Giften die worden vrijgelaten onder lid 1 tellen niet mee voor het maximum genoemd in artikel 2 lid 1.