Aan deze aanwijzing zijn de volgende voorschriften verbonden:
De installatie moet op zo’n manier zijn uitgevoerd dat, naar plaats en tijd gemeten, 95% radiodekking kan worden gegarandeerd met een signaalsterkte van minimaal -85dBm op een door de hulpdiensten gebruikte portofoon die op de heup wordt gedragen.
De technische beschikbaarheid van de radiotechnische installatie moet minimaal 99,5% zijn. De eigenaar / beheerder van de installatie moet dusdanige beheersmaatregelen treffen dat deze beschikbaarheid redelijkerwijs kan worden gegarandeerd.
De eigenaar van de onder artikel 1 genoemde bouwwerken moet in overleg met de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond interne procedurevoorschriften vaststellen om te waarborgen dat de Meldkamer Rotterdam zo spoedig mogelijk wordt geïnformeerd over storingen in de radiotechnische installatie die verlies van functionaliteit tot gevolg kunnen hebben.