Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 2.5

Artikel 2.5.4.

Gedoogstrategie

Onderdeel van Beleidsplan Wabo toezicht- en handhaving 2022-2026

Wanneer wet- en regelgeving wordt overtreden is het bevoegde gezag in beginsel verplicht om handhavend op te treden. Dit ter bescherming van het algemeen belang en ter voorkoming van precedentwerking. Volgens vaste jurisprudentie van de Raad van State kan alleen in bijzondere gevallen van handhavend optreden worden afgezien. Van een bijzonder geval kan sprake zijn: Wanneer er op korte termijn alsnog legalisatie mogelijk is, of Als handhaving onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen. Gelet op het bovenstaande vindt de gedoogstrategie enkel plaats in uitzonderlijke situaties. Het kan hierbij gaan om: Overmacht situaties: bijvoorbeeld calamiteiten die niet voor legalisatie in aanmerking komen, maar waarbij de overtreder geen enkel verwijt kan worden gemaakt. De belangenafweging kan in die situaties ertoe nopen dat de overtreding tijdelijk wordt gedoogd. Situaties waarin handhavend optreden onevenredig is: kenmerk van deze situaties is dat geen sprake is van overmacht of van zicht op legalisatie van de overtreding op afzienbare termijn, maar wel van één of meer zodanig bijzondere omstandigheden, dat de belangenafweging aanleiding geeft om af te zien van bestuursrechtelijk handhavend optreden. Het gaat om situaties, waarin handhavend optreden (na afweging van de betrokken belangen) onevenredig moet worden geacht en wegens die grond achterwege dient te blijven. Situaties waarin sprake is van concreet zicht op legalisatie: Legalisatie van de overtreding is de voornaamste bijzondere omstandigheid die leidt tot het afzien van handhavend optreden. Is daarvan sprake, dan is het belang om handhavend op te treden relatief gering en wordt het toepassen van een bestuursrechtelijke maatregel veelal onrechtmatig geacht. Reden waarom in deze situaties in de regel geen daadwerkelijk gebruik kan worden gemaakt van de handhavingsbevoegdheid.

Rechtspraak bij dit artikel