Het algemene beoordelingskader voor ingrepen in de openbare ruimte ligt aan de basis van de gebiedsgerichte beoordelingskaders openbare ruimte in hst 6 t/m 9. Wanneer het daar gegeven beoordelingskader ontoereikend is, kan het nodig zijn om terug te grijpen op deze algemene criteria.
Algemene criteria voor de beoordeling van plannen voor de openbare ruimte
De inrichting van de openbare ruimte wordt primair bepaald door de beoogde functionaliteit.
Toelichting: openbare ruimte heeft twee hoofdfuncties: verkeersruimte en verblijfsruimte. De inrichting behoort zodanig te zijn dat aan de eisen van deze functies wordt voldaan. Dit houdt in dat de inrichting van de verkeersruimte primair gericht is op het vlot en veilig verwerken van verkeersstromen en de inrichting van verblijfsruimte dient gericht te zijn op het faciliteren van de specifiek beoogde gebruikers van de betreffende ruimte (bv. buurtpark voor dagelijks ommetje, evenemententerrein).
Esthetiek wordt ingezet om weloverwogen doelen in de openbare ruimte te bereiken.
Toelichting: esthetiek is geen doel op zich bij de inrichting van openbare ruimte, maar wordt ingezet om functies en gebruiksmogelijkheden te verhelderen of te accenturen. Ontwerpoplossingen die alleen esthetisch zijn, maar functioneel niet bruikbaar uitpakken, blijven achterwege. Uiteraard kan volgens dit principe ‘kunst in de openbare ruimte’ een plek krijgen: ingezet om specifieke plekken extra betekenis te geven.
Verschillende functies en gebruikersgroepen hebben een proportioneel aandeel in de openbare ruimte.
Toelichting: openbare ruimte is veelal niet monofunctioneel: een plein kan vooral een verblijfsfunctie hebben, aan de randen lopen vaak verkeerswegen. Binnen een park moeten verschillende typen gebruikers hun eigen of gedeelde ruimte krijgen: wandelaars, fietsers, spelende kinderen enz. Bij de inrichting is het zaak goed naar de ruimte-eisen van de verschillende functies en gebruikersgeroepen te kijken en de inrichting daarop af te stemmen. Proportionaliteit in ruimteclaims (PVE) ten opzichte van de beschikbare ruimte is voorwaarde.
Groen in de openbare ruimte wordt niet ingezet als restfunctie of ter opvulling van restplekken.
Toelichting: dit criterium ligt in het vervolg van het vorige. Soms is de openbare ruimte geheel of grotendeels groen (park, plantsoen), het groen is dan hoofdfunctie. In veel andere gevallen heeft het groen een minder dominante functie en dient ter verfraaiing van meer stenige openbare ruimtes. Beplantingselementen moeten een zekere maat hebben om tot hun recht te kunnen komen. Beplanting die versnipperd wordt door de ruimte heeft weinig overlevingskans en doet afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit.
De inrichting van de openbare ruimte is begrijpelijk en overzichtelijk.
Toelichting: idealiter ‘wijst de weg zichzelf.’ Als de openbare ruimte goed is vormgegeven en ingericht, zijn functies, gebruiksmogelijkheden en routes voor de gebruiker helder, zonder veel aanwijzingen (borden, geleidende maatregelen e.d.).
De inrichting van de openbare ruimte is zo veel mogelijk robuust en duurzaam.
Toelichting: openbare ruimte moet tegen een stootje kunnen. Bij het ontwerp moet de uitvoering en het toekomstige beheer direct mee worden genomen. Materialen moeten duurzaam zijn en goed gefundeerd worden uitgevoerd. Ze moeten uiteindelijk goed beheerd (schoongehouden|) en eventueel vervangen kunnen worden. Dit geldt ook voor groene inrichtingselementen (planten, struiken, bomen). Het is zaak bij beplanting het toegepaste sortiment goed af te stemmen op de situatie, te zorgen voor goede plantvakken (voldoende bomengrond, voldoende beschermd).
Openbare ruimte en aanliggende bebouwing vormen een eenheid of tenminste een onderling afgestemd ensemble.
Toelichting: als het karakter van de openbare ruimte is afgestemd op de omringende bebouwing, krijgt het geheel meerwaarde. Een historische grachtwand met daarvoor een klinkerbestrating is daarvan een voorbeeld. Asfalt in zo’n situatie doet doorgaans afbreuk, maar kan in een grootschalige moderne omgeving juist het karakter versterken. Het is daarom nodig de openbare ruimte steeds te ontwerpen in relatie tot de gebouwde omgeving.
Bijzondere elementen kunnen aanleiding zijn van de bovenstaande criteria af te wijken.
Toelichting: het kan voorkomen dat in de openbare ruimte bijzondere elementen aanwezig zijn, als cultuurhistorische objecten of bijzondere beplanting. Deze elementen kunnen, gerekend naar hedendaagse gebruikseisen aan de openbare ruimte, erg in de weg staan. Toch kan er zo’n waardering voor dergelijke elementen bestaan, dat ze gehandhaafd blijven bij herinrichting of aanpassing.
Hoofdstuk 4.
Artikel 14.
ALGEMEEN BEOORDELINGSKADER VOOR INGREPEN IN DE OPENBARE RUIMTE
Onderdeel van Nota Omgevingskwaliteit Purmerend