Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Verantwoording en vaststelling

Onderdeel van Subsidieregeling inzet pedagogisch beleidsmedewerker gemeente Assen

De aanvrager dient uiterlijk 1 april na afloop van het jaar waarin subsidie is ontvangen een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. Deze aanvraag tot vaststelling bevat een verantwoording met daarin: een opgave van het aantal peuters van tweeënhalf tot vier jaar met een vve-indicatie op 1 januari van het betreffende subsidiejaar en waarvan een overeenkomst tussen de aanvrager en de ouder(s) van de peuter bestaat; een toelichting op significante afwijkingen (bij een verschil van 10% of meer) ten opzichte van de aanvraag; een verslag van de activiteiten die de pedagogisch beleidsmedewerker in de VE heeft uitgevoerd. De aanvraag tot vaststelling mag samengaan met de aanvraag tot vaststelling van de verkregen subsidie uit de subsidieregeling peuteropvang Assen. De aanvraag tot vaststelling wordt wel apart in behandeling genomen en telt niet mee voor de berekening in het geval de subsidie het grensbedrag van € 50.000 overschrijdt en daarmee een accountantsverklaring benodigd is. Het college toetst aan de hand van de verantwoording als bedoeld in dit artikel of de aanvrager heeft voldaan aan de verplichtingen uit deze regeling. Het college beslist binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Met inachtneming van lid 5 wordt de subsidie vastgesteld door het aantal peuters uit lid 1 onder a van dit artikel te vermenigvuldigen met 10 uren en ook met het vastgestelde uurtarief van het betreffende subsidiejaar. Het niet of niet geheel voldoen aan de bepalingen zoals beschreven in dit artikel kan leiden tot een lagere vaststelling van de subsidie. Ook informatie uit rapportage(s) naar aanleiding van inspecties van GGD Drenthe kan leiden tot een lagere vaststelling van de subsidie.

Rechtspraak bij dit artikel