De rechten, als bedoeld in hoofdstuk 6 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 6 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, naar aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in hoofdstuk 6 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 50,00.
Indien de belastingplicht voor de rechten zoals opgenomen in de tarieventabel niet wordt voldaan kan het college besluiten de rechten van het particuliere graf, urnengraf, urnennis of gedenkplaats te laten vervallen aan de gemeente zonder dat aanspraak gemaakt kan worden op schadevergoeding.
Het vervallen van de rechten als bedoeld in het vierde lid vindt niet plaats dan nadat het college de rechthebbende door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van het in gebreke blijven. Wanneer het adres van de rechthebbende niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de verschuldigde rechten
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2022