**1..** De hoogte van het persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen bedraagt niet meer dan het tarief waarvoor het college de geïndiceerde hulpmiddelen heeft ingekocht of huurt waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende noodzakelijke kosten.
**2..** Het college kan de hoogte van het persoonsgebonden budget voor een hulpmiddel vaststellen door het tarief per maand te vermenigvuldigen met het aantal kalendermaanden van de afschrijvingstermijn, dan wel op basis van de duur van de indicatie door het tarief per maand te vermenigvuldigen met het aantal kalendermaanden.
**3..** Het college kan de hoogte van het persoonsgebonden budget vaststellen op basis van een offerte als de geïndiceerde maatwerkvoorziening waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende kosten niet valt binnen het assortiment van gecontracteerde aanbieders.
**4..** Het college stelt het persoonsgebonden budget voor het realiseren van een woningaanpassing vast op basis van:
een of meerdere offertes;
een door het college goedgekeurd Programma van Eisen;
eventuele bijkomende noodzakelijke kosten zoals die van een architect en/of legeskosten.
Het college kan in het Besluit nadere regels stellen over welke kosten in aanmerking kunnen worden genomen.
**5..** Het college stelt in het Besluit nadere regels over de omvang van de budgetperiode die geldt voor hulpmiddelen.
**6..** Het college stelt de tarieven die het verschuldigd is aan de (gecontracteerde) aanbieders vast in het Besluit en voor zover dat niet mogelijk is in het individuele toekenningsbesluit.
HOOFDSTUK 9
Artikel 9.6
Hoogte persoonsgebonden budget overig
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2022