1. De belasting wordt geheven:
a. van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit
of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke
riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en
b. van degene die een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering
wordt afgevoerd al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht
gebruikt, verder te noemen: gebruikersdeel.
2. Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende
krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het
belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat
tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
3. Voor het gebruikersdeel wordt:
a. gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het
door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden;
b. gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als
gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven;
c. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik
door de degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.
Artikel 3.
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing Purmerend 2022