** 1. .** Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
** 2. .** De burgemeester weigert de vergunning als:
de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag met betrekking tot de leidinggevende overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de aanvraag is ingediend, is afgegeven, of
de exploitatie van het terras in strijd is met de nadere regels voor terrassen.
** 3. .** In aanvulling op artikelen 1.1.8 en 1.1.9 van deze Verordening kan de burgemeester de vergunning weigeren als:
in geval en onder de voorwaarden bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsveroordelingen door het openbaar bestuur, of
naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon-of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Bij toepassing hiervan houdt de burgemeester rekening met:
het karakter van de straat en de wijk waarin de openbare inrichting ligt of zal zijn gelegen;
de aard van de openbare inrichting;
de spanning waaraan het woon- en leefklimaat ter plaatse reeds bloot staat;
de wijze van bedrijfsvoering door de leidinggevende als bedoeld in artikel 1 Alcoholwet, en
het levensgedrag van de leidinggevende.
** 4. .** Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting dat zich bevindt in een:
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
zorginstelling;
museum, en
bedrijfskantine of –restaurant;
een bed- en breakfast.
** 5. .** Paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning.