Naar hoofdinhoud

Artikel 3.7.1.4

Onversterkte muziek

Onderdeel van Algemene verordening gemeente Leudal

1. . Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f en vijfde lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer, binnen inrichtingen, is de in dit lid opgenomen tabel van toepassing, waarbij geldt dat: de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet van toepassing zijn als de gebruiker van deze gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren van geluidmetingen; de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; de waarden binnen in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, van toepassing zijn in geluidgevoelige ruimten en verblijfsruimten; bij het bepalen van de geluidniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast; Tabel 3.7.1.4 7.00 – 19.00 uur 19.00 – 23.00 uur 23.00 – 7.00 uur LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) LAr,LT binnen in- en aanpandige gevoelige gebouwen 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) LAmax binnen in- en aanpandige gevoelige gebouwen 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) 2. . Onversterkte muziek afkomstig van het oefenen door muziekgezelschappen in een inrichting is gedurende zes uur in de week uitgezonderd van de genoemde geluidniveaus in het eerste lid. 3. . Als versterkte muziek wordt gecombineerd met onversterkte muziek, wordt het samenspel beschouwd als versterkte muziek en zijn de geluidnormen van het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing. 4. . Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in de artikelen 3.7.1.2 en 3.7.1.3.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel