** 1. .** De commissie bestaat uit tenminste twee leden, de voorzitter daaronder begrepen. De raad kan daarnaast plaatsvervangers benoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen.
** 2. .** De leden en de plaatsvervangers van de commissie worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
** 3. .** De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de Omgevingswet, bij advisering over aanvragen als bedoeld in artikel 3.12.2.1, tweede lid, onder a, onderdelen 1° tot en met 2°̊, en onder b, minimaal één lid dat deskundig is op het gebied van de monumentenzorg.
** 4. .** Minimaal één lid van de commissie is deskundig op het gebied van architectuur en stedenbouw.
** 5. .** De commissie als bedoeld in het eerste lid kan op afroep aangevuld worden met leden die deskundig zijn op het gebied van landschapswaarden, natuurwaarden, agrarische waarden, archeologische monumentenzorg, kunst- of cultuurhistorie en economische uitvoerbaarheid.
** 6. .** De leden en de plaatsvervangers zijn géén lid van het college, de gemeenteraad (en diens adviescommissie) en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur.
** 7. .** De commissie regelt zelf de aanstelling van de voorzitter en de vervanging van de voorzitter.
** 8. .** Indien géén vervanging kan worden geregeld, mag de commissie, in afwijking van hetgeen gesteld in het eerste lid, bestaan uit één lid. Dit geldt niet als geadviseerd moet worden over aanvragen als bedoeld in artikel 3.14.2.1, tweede lid, onder a, onderdelen 1 ̊tot en met 2 ̊, en onder b.