Naar hoofdinhoud

Artikel 2.10.4

Gebiedsontzeggingen

Onderdeel van Algemene verordening gemeente Leudal

1. . De burgemeester kan in het belang van: de openbare orde; het voorkomen of beperken van overlast; het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat; de veiligheid van personen of goederen; de gezondheid of de zedelijkheid, aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste twaalf weken, niet anders dan in een openbaar middel van vervoer, in één of meer delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2. . Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste lid opgelegde verbod. 3. . Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste lid.

Rechtspraak bij dit artikel