Naar hoofdinhoud

Artikel 3.7.1.3

Incidentele festiviteiten

Onderdeel van Algemene verordening gemeente Leudal

1. . Het is een inrichting toegestaan maximaal zes dagen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidnormen, bedoeld in de artikelen 22.63, 22.67 en 22.69 van het Omgevingsplan gemeente Leudal en artikel 3.7.1.4 van deze Verordening, niet van toepassing zijn. Dit mag echter alleen als de houder van de inrichting dit minstens twee weken voor het begin van de festiviteit schriftelijk meldt bij het college via het daarvoor door het college vastgestelde meldformulier. 2. . Het is een inrichting toegestaan om maximaal 12 dagen per kalenderjaar in verband met incidentele festiviteiten de verlichting aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 22.239 van het Omgevingsplan gemeente Leudal niet van toepassing is. Dit mag echter alleen als de houder van de inrichting dit minstens twee weken het begin van de festiviteit schriftelijk meldt via het daarvoor door het college vastgestelde meldformulier. 3. . De melding is gedaan als het meldformulier, volledig en naar waarheid ingevuld, op tijd is ingeleverd op de plaats op het formulier vermeld. 4. . De melding is gedaan als het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, onmiddellijk toestaat. 5. . Het geluidniveau voor versterkte muziek van de geluidsbronnen mag tot de eindtijd van het evenement niet meer bedragen dan: 85 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT ); 99 dB(C) voor bastonen, en 102 dB(A) voor het maximaal geluidsniveau (LAmax). 6. . Bij de meting van muziekgeluid wordt geen gevelreflectiecorrectie toegepast. 7. . Op de dagen, als bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van muziek hoger dan de geluidnorm, bedoeld in de artikelen 22.63, 22.67 en 22.69 van het Omgevingsplan gemeente Leudal en artikel 3.7.1.4 van deze Verordening, uiterlijk beëindigd om 02:00 uur in een horecabedrijf en 01:30 uur in een feesttent en in de openlucht. 8. . De geluidnorm als bedoeld in het vijfde lid, geldt alleen voor het bebouwde gedeelte van de inrichting. 9. . Bij het ten gehore brengen van muziek blijven ramen en deuren gesloten, behalve voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel