Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 18

Sancties

Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke belastingen 2021

1 Volgens artikel 47, 1e lid van de AWR, is een ieder gehouden aan de belastingheffer: a.. de gevraagde gegevens en inlichtingen te verstrekken welke voor de belastingheffing te zijnen aanzien van belang kunnen zijn; b.. boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan waarvan de kennisneming van belang kunnen zijn voor de vaststelling van de feiten, welke invloed kunnen uitoefenen op de belastingheffing te verstrekken. Op het niet voldoen aan deze verplichting is in de artikelen 68 en 69 van de AWR een straf van ten hoogste 4 jaren of een geldboete van de vierde categorie of, indien dit bedrag hoger is, ten hoogste eenmaal het bedrag van de te weinig geheven belasting. 2 De volgende bestuurlijke boetes kunnen worden opgelegd: Verzuimboete Indien de belastingplichtige nadat hem een aangiftebiljet is uitgereikt de aangifte niet doet, of na een aanmaning om alsnog aangifte te doen niet binnen de in die aanmaning gestelde termijn doet, kan aan betrokkene, overeenkomstig artikel 67a van de AWR, een verzuimboete worden opgelegd. Omvang verzuimboete. De omvang van de verzuimboete bedraagt: bij een eerste overtreding : 10 % van de ambtshalve vastgestelde aanslag; bij een tweede overtreding binnen een termijn van 5 jaar na de eerste overtreding; 20 % van de ambtshalve vastgestelde aanslag; bij een derde en daarop volgende overtreding binnen een termijn van 5 jaar na de tweede overtreding; 30 % van de ambtshalve vastgestelde aanslag, steeds met een maximum van € 1.500,-- . Vergrijpboete In de gevallen dat bij het aangiftebiljet het nachtverblijfregister onjuist of onvolledig is, krijgt men eenmalig de gelegenheid om dit binnen 7 dagen te corrigeren. Daarna kan, overeenkomstig artikel 67d van de AWR, een vergrijpboete van maximaal 100% van de vastgestelde aanslag worden opgelegd. Omvang vergrijpboete bij een eerste overtreding: 10 % van de ambtshalve vastgestelde aanslag; bij een tweede overtreding binnen een termijn van 5 jaar na de eerste overtreding; 20 % van de ambtshalve vastgestelde aanslag; bij een derde en daarop volgende overtreding binnen een termijn van 5 jaar na de tweede overtreding; 30 % van de ambtshalve vastgestelde aanslag, steeds met een maximum van € 1.500,-- . Indien blijkt dat tijdens een controle ter plaatse het nachtverblijfregister onvolledig is, of niet nauwkeurig wordt bijgehouden, krijgt men eenmalig de gelegenheid om dit binnen 7 dagen te corrigeren. Daarna kan een boete worden opgelegd. bij een eerste overtreding: € 100,--; bij een tweede overtreding binnen een termijn van 5 jaar na de eerste overtreding: € 250,-- ; bij een derde en volgende overtreding binnen een termijn van 5 jaar na de tweede overtreding: € 500,--. 3 Bij een overtreding van de maximale bezetting welke volgens het geldende bestemmingsplan van het betreffende terrein is vastgesteld, krijgt men eenmalig de gelegenheid om de overtreding binnen 4 dagen te beëindigen. Daarna kan een boete worden opgelegd. bij een eerste overtreding € 100,-- per kampeermiddel; bij een tweede overtreding binnen een termijn van 5 jaar na de eerste overtreding; € 250,--, per kampeermiddel; bij een derde en volgende overtreding binnen een termijn van 5 jaar na de eerste overtreding; € 500,-- per kampeermiddel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel