Indien er sprake is van een redelijk vermoeden van het bij zich dragen in bijvoorbeeld (rug)tassen, in kleding of andere vervoermiddelen van verboden objecten zoals bedoeld in artikel 4 van deze verordening, dient een ieder toe te staan en mee te werken aan het op last of vordering van de politie fouilleren en het tonen van de bij zich dragende of hebbende voorwerpen.
Artikel 5