Naar hoofdinhoud

Artikel 3.9

Verzoek om informatie van (potentieel) onderhoudsplichtigen

Onderdeel van Beleidsregels Verhaal 2022

Op grond van rechterlijk uitspraken in het kader van Wob-procedures (Wet openbaarheid van bestuur) is de gemeente verplicht verzoeken van (potentiële) onderhoudsplichtigen om informatie, opgenomen in het bijstandsdossier van de onderhoudsgerechtigde in overweging te nemen. Vanwege het grote gewicht dat de gemeente Nijmegen toekent aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van cliënten, worden dergelijke verzoeken van onderhoudsplichtigen om informatie met de grootst mogelijke terughoudendheid behandeld. Behandeling verzoek Een verzoek van de (potentieel) onderhoudsplichtige tot het verstrekken van informatie die is opgenomen in het bijstandsdossier van de onderhoudsgerechtigde wordt slechts in overweging genomen als is voldaan aan de volgende voorwaarden: Het bestaan van een (potentiële) onderhoudsplicht is vastgesteld; en De gevraagde informatie is rechtstreeks van belang voor de vaststelling van de onderhoudsplicht en/of de hoogte van de onderhoudsbijdrage; en Het verzoek is schriftelijk ingediend en voorzien van een kopie van een geldig legitimatiebewijs. Laat verzoeker zich vertegenwoordigen door een gemachtigde dan dient deze naast de machtiging een kopie van een geldig legitimatiebewijs mee te sturen. Voor een advocaat is een schriftelijke machtiging niet vereist. De onderhoudsgerechtigde cliënt wordt op de hoogte gesteld van het verzoek en het voornemen de onderhoudsplichtige verzoeker te informeren. Cliënt wordt schriftelijk gewezen op de mogelijkheid binnen 14 dagen zijn zienswijze kenbaar te maken. Zo mogelijk worden de betreffende documenten bij deze brief aan cliënt toegezonden. Aan onderhoudsplichtige wordt schriftelijk bericht dat de beslistermijn wordt opgeschort met 14 dagen omdat een belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze te geven. Indien cliënt zijn zienswijze indient, wordt hiermee zo mogelijk rekening gehouden bij het te nemen besluit. Het besluit wordt zowel aan de verzoeker als aan cliënt toegezonden. Tegen het besluit kunnen beiden bezwaar maken. Als hoofdregel geldt dat de verstrekking van de informatie gelijktijdig met de bekendmaking geschiedt, tenzij een belanghebbende daar naar verwachting bezwaar tegen heeft. In dat geval wordt de informatie niet eerder dan twee weken na bekendmaking van de beslissing verstrekt. Op deze wijze krijgt belanghebbende (de cliënt) de gelegenheid verstrekking van de informatie tegen te houden door middel van het vragen van een voorlopige voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel