De gemeente kan in een aantal gevallen kosten van verleende bijstand verhalen op de nalatenschap van de (overleden) bijstandsgerechtigde.
Er wordt verhaald wanneer de vordering ter zake waarvan verhaal wordt ingesteld reeds bestond voorafgaand aan het overlijden en voor zover voorafgaand aan het overlijden nog geen terugvordering heeft plaatsgevonden. Dit kan het geval zijn wanneer er tijdens het leven:
Onverschuldigd bijstand is betaald;
Een vordering wegens geldlening of borgtocht bestond;
Sprake is van naderhand ontvangen middelen die betrekking hebben op een periode waarover bijstand is verleend;
Sprake was van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan voor zover de betreffende handelwijze heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand.
Wanneer een besluit wordt genomen inzake verhaal op de nalatenschap, zal dit moeten zijn gericht aan de langstlevende echtgenoot of aan degene die geacht wordt bij de afwikkeling van de nalatenschap te zijn betrokken.
Om praktische redenen zal verhaal moeten plaatsvinden binnen één jaar na overlijden, aangezien anders -zo er verhaal in rechte moet worden ingesteld- alle erfgenamen moeten worden opgeroepen.
Indien dringende redenen aanwezig zijn, gelegen in de persoon van de begunstigde van de nalatenschap kan worden afgezien van verhaal.
De gemeente ziet in elk geval af van verhaal op de nalatenschap indien:
Verhaal een kennelijke hardheid ten opzichte van de begunstigde van de nalatenschap zou betekenen;
Redelijkerwijs te voorzien is dat de begunstigde niet zal kunnen voortgaan met schuldenaflossing wanneer niet wordt afgezien van verhaal;
Een wettelijke schuldsanering, of een minnelijke schuldregeling door Bureau schuldhulpverlening van de gemeente niet tot stand komt wanneer niet wordt afgezien van verhaal.
Indien een wettelijk schuldsanering of een minnelijke schuldregel wel tot stand kan komen, zal de vordering van de gemeente wegens verhaal worden ingebracht en beroept de gemeente zich erop dat de vordering wegens verhaal op de nalatenschap tenminste naar evenredigheid met de vorderingen van schuldeisers van gelijke rang zal worden voldaan.