Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer in de openlucht een geluidsapparaat, een (recreatie) toestel of een bouwmachine in werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving (geluid) hinder wordt veroorzaakt.
Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen.
Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het verbod, vervat in het eerste lid, niet van toepassing is op het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen categorieën van geluidapparaten (recreatie) toestellen of (bouw)machines, voor zover wordt voldaan aan de door het college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van (geluid) hinder.
De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betreffen:
het maximale geluidsniveau;
de situering van geluidsbronnen;
de frequentie en tijden van gebruik.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.6a
(Geluid) hinder in de openlucht
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem 2021