Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Inleiding en doel

Onderdeel van Beleidsregels verblijfsontzeggingen Noardeast-Fryslân 2021

De burgemeester is belast met de handhaving van de openbare orde. Een bevoegdheid die de burgemeester toekomt om de openbare orde te handhaven is het beperken van de bewegingsvrijheid van personen middels een gebiedsverbod op grond van artikel 172a Gemeentewet en een tijdelijke verblijfsontzegging op grond van artikel 2:79 Algemene Plaatselijke Verordening (APV. Deze beleidsregels hebben betrekking op de verblijfsontzegging op basis van artikel 2:79 APV. Voor het opgelegd kunnen krijgen van een verblijfsontzegging volstaat het om te handelen in strijd met de openbare orde of een aan de openbare orde gerelateerd delict te plegen. Een gebiedsverbod op basis van 172a Gemeentewet kan in dergelijke situaties opgelegd worden indien er sprake is van herhaalde gedragingen en er een ernstige vrees bestaat voor verdere verstoring van de openbare orde. De beleidsregels omschrijven op hoofdlijnen in welke gevallen, onder welke voorwaarden en hoe de burgemeester een tijdelijke verblijfsontzegging oplegt. Het doel hiervan is: - te realiseren dat geconstateerde feiten gevolgd worden door een reactie, die qua intensiteit zo goed mogelijk aansluit bij de aard en ernst van de overtreding (subsidiariteit en proportionaliteit); - te bewerkstellingen dat er – ter bescherming van de openbare orde, het woon- en leefklimaat of de volksgezondheid – door de gekozen bestuursmaatregel een einde komt aan de strijdige situatie en dat herhaling van de overtreding wordt voorkomen; - duidelijkheid geven over de in de APV opgenomen zorgplicht en kenbaar maken aan de burger welke maatregelen zij van de overheid kan verwachten na een overtreding.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel