Artikel 33 lid 4 Participatiewet bepaalt dat inkomsten uit verhuur of kostgangers worden vastgesteld op de daaruit voortvloeiende lagere algemene noodzakelijk kosten van het bestaan, indien daarmee nog geen rekening is gehouden bij de vaststelling van de norm in het kader van de kostendelersnorm.
Voor inkomsten uit verhuur of kostganger(s) hanteert het college de volgende regels:
Inkomsten uit verhuur of uit het houden van een kostganger en de daaruit voortvloeiende lagere algemene noodzakelijk kosten van het bestaan worden gesteld op 10% van de gehuwdennorm als opgenomen in artikel 21 onder b Participatiewet.
Bij een tweede (onder)huurder of kostganger wordt als netto inkomen een vast bedrag ter hoogte van 3% van de gehuwdennorm als opgenomen in artikel 21 onder b van de Participatiewet gesteld.
Bij een derde (en verder) (onder)huurder of kostganger wordt voorondersteld dat sprake is van bedrijfsmatige activiteiten. De opbrengsten vanaf de derde (onder)huurder of kostganger worden volledig als inkomen beschouwd. Tevens zal iemand worden verplicht de benodigde vergunningen aan te vragen.
Inkomsten uit verhuur van woonruimte in verband met en tijdens de Vierdaagse, worden vrijgelaten naar de hoogte van het bedrag zoals dit door de VVV jaarlijks wordt vastgesteld.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.1
Inkomsten uit verhuur
Onderdeel van Beleidsregels Inkomen Participatiewet 2022