Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.2

Vermogensvaststelling bij co-ouderschap

Onderdeel van Beleidsregels Inkomen Participatiewet 2022

Het co-ouderschap is geen wettelijk gedefinieerde leefvorm, maar geeft een feitelijke situatie weer. Definitie co-ouderschap Ouders, al dan niet gescheiden, die niet bij elkaar wonen, kunnen afspreken om hun kind(eren) gezamenlijk te (blijven) verzorgen en opvoeden. Er is sprake van co-ouderschap als zowel de moeder, als de vader in een regelmatige afwisseling de zorg voor het kind of de kinderen hebben. Het kind of de kinderen verblijven regelmatig en met een vast patroon bij elk van de ouders. Er moet sprake zijn van een verblijf van minstens gemiddeld twee dagen per week. Bij co-ouderschap is de feitelijke situatie van het verblijf en de feitelijke verzorging doorslaggevend. Niet van belang is welke ouder de kinderbijslag ontvangt. Van co-ouderschap kan slechts sprake zijn indien beide ouders dit wensen en zij hun wens aan het college kenbaar maken. Geen co-ouderschap Er is geen co-ouderschap als het kind of de kinderen incidenteel en voor een korte periode bij de andere ouder verblijven (bijvoorbeeld voor vakantie). Ook als de verdeling van het ouderschap zodanig is dat deze niet afwijkt van een gebruikelijke omgangsregeling, is er geen co-ouderschap. Als het kind of de kinderen minder dan twee dagen per week bij een van de ouders verblijven, dan wordt dit niet beschouwd als co-ouderschap, maar als een verblijf in het kader van een omgangsregeling. Vermogensvaststelling Het college hanteert bij het vaststellen van de vermogensgrens bij co-ouders de volgende regel: De vermogensgrens voor een alleenstaande wordt vermeerderd met een bepaald bedrag. Dit bedrag bestaat uit het aantal dagen in de week dat de co-ouder voor de kinderen zorgt, gedeeld door zeven, maal het verschil tussen de vermogensgrens voor een alleenstaande ouder en die van een alleenstaande. Let op, dit geldt voor de vermogensgrens. Het daadwerkelijke vermogen telt volledig mee en wordt afgezet tegen deze grens. Tot het daadwerkelijk vermogen behoort ook het saldo op de rekening van minderjarige kinderen.

Rechtspraak bij dit artikel