Voor de hoogte van de aanvullende bijzondere bijstand hanteert het college de volgende normen:
Alleenstaande
Voor een alleenstaande jongmeerderjarige is de aanvulling middels bijzondere bijstand op de algemene bijstand 30% van de gehuwdennorm op grond van artikel 21 van de Participatiewet;
Alleenstaande ouder
Voor een jongmeerderjarige alleenstaande ouder is de aanvulling middels bijzondere bijstand op de algemene bijstand, zodanig dat de totale uitkering gelijk is aan de bijstandsnorm voor een alleenstaande ouder van 21 jaar en ouder;
Gehuwden
Gehuwden met of zonder ten laste komende kinderen, beide partners jonger dan 21, beiden noodzakelijk uitwonend.
De aanvulling middels bijzondere bijstand op de algemene bijstand bedraagt 40% van de gehuwdennorm op grond van artikel 21 van de Participatiewet.
Gehuwden, met of zonder ten laste komende kinderen, beide partners jonger dan 21, een van beiden is noodzakelijk uitwonend.
In dit geval wordt alleen aan de noodzakelijk uitwonende partner bijzondere bijstand voor levensonderhoud toegekend volgens de norm van een alleenstaande jongere of een alleenstaande ouder jonger dan 21 jaar. Deze bedraagt 30% van de gehuwdennorm op grond van artikel 21 van de Participatiewet. De andere partner heeft recht op de alleenstaande jongerennorm en dient voor het overige een beroep te doen op zijn ouders.
Gehuwden met of zonder ten laste komende kinderen, een van beide partners jonger dan 21, deze partner is noodzakelijk uitwonend.
De aanvulling op de algemene bijstand is 10% van de gehuwdennorm op grond van artikel 21 van de Participatiewet.
Kostendelers
Indien in de situatie van de jongmeerderjarige, als hij 21 was geweest, de kostendelersnorm van toepassing zou zijn, wordt het maximaal te verstrekken bedrag bepaald door berekening conform de kostendelersnorm, tenzij dit hoger uitkomt dan berekening conform bovenstaande uitgangspunten.