Onder de 21 jaar
Jongeren van 18, 19 of 20 jaar die in een inrichting verblijven, kunnen bijzondere bijstand ontvangen naar de hoogte van artikel 20 Participatiewet (de norm die normaliter op hem of haar van toepassing zou zijn geweest). De onderhoudsplicht van ouders/verzorgers wordt op dit punt buiten beschouwing gelaten.
Jongeren van 18, 19 of 20 jaar die in een inrichting verblijven, kunnen in zeer uitzonderlijke gevallen een ophoging krijgen van het onder a genoemde bedrag conform artikel 12 van de Participatiewet. In dit geval wordt de onderhoudsplicht van de ouders of verzorgers wel beoordeeld. De totale uitkering genoemd onder a en b van de jongere tussen de 18 en 20 jaar die in een inrichting verblijft, bedraagt maximaal de hoogte van de zak- en kleedgeldnorm inclusief verhoging zorgverzekering voor rechthebbenden van 21 jaar en ouder.
Vanaf 21 jaar
Naast de zak- en kleedgeldnorm, als algemene bijstand voor personen vanaf 21 jaar, kan eventueel bijzondere bijstand worden verstrekt voor een aantal kosten.
Het college hanteert als regel dat voor de vaste woonlasten gedurende de opname bijzondere bijstand verstrekt kan worden.
Woonlasten kunnen in de vorm van bijzondere bijstand doorbetaald worden gedurende de periode van opname. Voor uitleg van het begrip ‘woonlasten’ wordt verwezen naar 11.
Is niet duidelijk hoe lang het verblijf in een inrichting zal duren, dan wordt na elke drie maanden beoordeeld of de woonplaats van de belanghebbende is gewijzigd.
Hoofdstuk 9.
Artikel 9.1
Verblijf in een inrichting en bijzondere bijstand
Onderdeel van Beleidsregels Inkomen Participatiewet 2022