Bij het volgen van de Entree-opleiding blijkt in sommige gevallen sprake van een forse inkomensteruggang, met name door de kosten van studie en lesmaterialen. Juist voor de kwetsbare doelgroep die het betreft, is de Entree-opleiding een belangrijke eerste stap op weg naar werk. Daarom komen de volgende, limitatief opgesomde, groepen in aanmerking voor een vergoeding van kosten die verband houden met de Entree-opleiding:
Gehuwden waarvan 1 partner gaat studeren aan de Entree-opleiding:
De studerende partner wordt voor de bijstand een niet-rechthebbende partner, waardoor de andere partner fors teruggaat in inkomen. De studerende partner kan weliswaar gaan werken voor lesgeld en kosten voor boeken, maar de inkomsten zullen worden gekort op de uitkering van de andere partner. Inkomstendaling wordt dus veroorzaakt door lesgeld en boeken, voor het overige ontvangt de studerende studiefinanciering. Bijzondere bijstand mogelijk voor lesgeld en boeken.
Alleenstaande ouder die de Entree-opleiding gaat volgen:
De alleenstaande ouder is geen bijstandsgerechtigde meer, maar ontvangt studiefinanciering. Deze mensen moeten al bijverdienen om qua inkomen op het bestaansminimum te komen. Nog meer bijverdienen voor de kosten van lesgeld en boeken, betekent dat het halen van de opleiding onder druk komt te staan. Uit de praktijk ontvangen we signalen dat deze groep inderdaad geregeld besluit te stoppen met de opleiding die we als gemeente toch wenselijk vinden. Bijzondere bijstand mogelijk voor lesgeld en boeken.
Overige belanghebbenden komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand omdat zij geacht worden om door middel van bijverdienen te voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan.
De kosten van het lesgeld worden direct aan DUO betaald. Het bedrag aan aanvullende leermiddelen wordt uitgekeerd aan de student.
Hoofdstuk
Artikel 16.
Bijzondere bijstand Entree opleiding
Onderdeel van Beleidsregels Inkomensondersteuning Participatiewet 2022