Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.

Draagkracht

Onderdeel van Beleidsregels Inkomensondersteuning Participatiewet 2022

Het college heeft de bevoegdheid te bepalen in hoeverre het inkomen dat meer bedraagt dan de bijstandsnorm in aanmerking wordt genomen bij de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand. We spreken over draagkracht. Het college hanteert de volgende draagkrachtregels: De inkomensvrijlating en vermogensvrijlating zijn van toepassing bij het bepalen van de draagkracht. Inkomen en vermogen dat hieronder valt, wordt buiten beschouwing gelaten. De individuele inkomenstoeslag en de individuele studietoeslag worden niet beschouwd als een voorliggende voorziening en/of middel. Draagkrachtpercentages Het draagkrachtpercentage bedraagt 100% bij de bijzondere bijstand voor de volgende toeslagen/kosten: Woonkostentoeslag; Toeslag voor voormalig alleenstaande ouders; Bijzondere bijstand voor 18- tot 21-jarigen voor zover die de algemene bijstandsnorm ex artikel 20 lid 1 onder a en lid 2 onder a Participatiewet te boven gaat; Bijstand voor kosten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen; Het draagkrachtpercentage bedraagt 30% wanneer het gaat om bijzondere bijstand voor alle andere kosten. Draagkracht gezinnen met kinderen Voor alleenstaande ouders en gezinnen met één ten laste komend kind wordt het draagkrachtloos inkomen gesteld op de inkomensgrens van 110% met dien verstande dat als men in de hierboven beschreven periode van drie jaar zit, gedurende deze periode een draagkrachtloos inkomen van de inkomensgrens van 120% geldt. Voor alleenstaande ouders en gezinnen met twee of meer ten laste komende kinderen wordt het draagkrachtloos inkomen gesteld op 120% van de toepasselijke inkomensgrens. Draagkracht verlagende kosten voor gezinnen met kinderen Voor zover belanghebbenden met kinderen, kosten voor peuterarrangementen en/of kinderopvang hebben, die voor eigen rekening komen, worden deze kosten bij de draagkrachtberekening in mindering gebracht. Draagkracht ouderen Bij personen die de pensioengerechtigde leeftijd of ouder hebben bereikt, met een inkomen naast de AOW, wordt het draagkrachtloos inkomen gesteld op de inkomensgrens van 120%. Van het inkomen boven de inkomensgrens van 120%, wordt 30% van het meerdere als draagkracht beschouwd. Bij het vaststellen van het inkomen wordt de pensioenvrijlating ex artikel 33 lid 5 Participatiewet meegeteld. De 120%-draagkrachtregel geldt niet bij een aanvraag woonkostentoeslag. Voordat het inkomen dat meer bedraagt dan de bijstandsnorm als draagkracht in aanmerking genomen wordt, wordt er een forfaitair bedrag voor kleinere medische kosten voor een alleenstaande en een bedrag voor gehuwden in mindering gebracht. Draagkracht chronisch zieken en gehandicapten Bij chronisch zieken en gehandicapten wordt het draagkrachtloos inkomen gesteld op de inkomensgrens van 120%. Van het inkomen boven de inkomensgrens van 120% wordt 30% van het meerdere als draagkracht beschouwd. De 120%-draagkrachtregel geldt niet bij een aanvraag woonkostentoeslag. Tot de doelgroep chronisch zieken en gehandicapten behoren in ieder geval de volgende personen: Belanghebbenden van 18 jaar of ouder die een voorziening ingevolge de Wet maatschappelijke ondersteuning hebben Belanghebbenden die een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO-, WIA- (WGA- en IVA), Wajong- of WAZ-uitkering) ontvangen Belanghebbenden die kunnen aantonen chronisch ziek of gehandicapt te zijn. Draagkracht in geval van beslag, WSNP of MSNP Inkomsten worden in aanmerking genomen als een belanghebbende daarover beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. In geval van WSNP of minnelijke schuldregelingen wordt iemand voorondersteld geen draagkracht te hebben. In geval van executoriaal beslag wordt het bedrag waarvoor beslag is gelegd niet als inkomen beschouwd. Wordt de schuld van de belanghebbende veroorzaakt door tekortschietend besef van verantwoordelijkheid, dan is het beslag, WSNP of MSNP aan hem te wijten. In dat geval blijft toekenning van bijzondere bijstand achterwege, of kan in uitzonderlijk geval in de vorm van een geldlening plaatsvinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel