Naar hoofdinhoud

Artikel 3

De grondslag voor de subsidie

Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en VE gemeente Heerenveen

1.. De subsidietarieven en -bedragen worden jaarlijks geïndexeerd met de index die wordt gebruikt door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het landelijk maximum uurtarief, tenzij er gegronde redenen voor het college zijn om hiervan af te wijken 2.. De grondslag voor de subsidie is het aantal (doelgroep)peuters en het aantal uren dat deze peuters gebruik maken van de peuteropvang. 3.. Het college subsidieert de volgende bedragen aan de aanbieder: voor een peuter op een peuterplaats van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag: 4 of 8 uur per week gedurende 40 of 41 weken per jaar maal het landelijk maximum uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage over deze uren; per doelgroeppeuter met een leeftijd tussen 2 en 2,5 jaar op een VE-peuterplaats van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag: minimaal 8 uren en maximaal 16 uren per week gedurende 40 of 41 weken per jaar maal het landelijk maximum uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage over 8 uren per week; per doelgroeppeuter met een leeftijd van tenminste 2,5 jaar tot de start van de basisschool op een VE-peuterplaats van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag: 16 uren per week gedurende 40 of 41 weken per jaar maal het landelijk maximum uurtarief minus de in rekening gebrachte ouderbijdrage; de ouderbijdrage wordt over 8 uur per week in rekening gebracht; per doelgroeppeuter met een leeftijd van tenminste 2,5 jaar tot de start van de basisschool op een VE-peuterplaats van ouders met recht op kinderopvangtoeslag: 8 uren per week gedurende 40 of 41 weken per jaar maal het landelijk maximum uurtarief; ouders nemen aanvullend nog tenminste 8 uren per week gedurende 40 of 41 weken per jaar af, waarover zij kinderopvangtoeslag kunnen aanvragen; een koptarief per uur over alle uren van (doelgroep)peuters op (VE)peuterplaatsen in de peuteropvang, dat wil zeggen alleen voor peuters die maximaal 4 uur per dag en 40 of 41 weken per jaar gebruik maken van kinderopvang; per doelgroeppeuter van tenminste 2,5 jaar tot de start van de basisschool op een VE-peuterplaats een aanvullende subsidie, om de meerkosten van het VE-aanbod te kunnen dekken, in de vorm van een VE-jaarbedrag; indien een doelgroeppeuter een gedeelte van het jaar deelneemt, wordt het VE-jaarbedrag naar rato verstrekt. Voor het VE-jaarbedrag wordt een minimum van twee doelgroeppeuters per aanbieder gehanteerd; per doelgroeppeuter van tenminste 2,5 jaar tot de start van de basisschool op een VE-peuterplaats op 1 januari: een aanvullende subsidie voor de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker VE voor netto 10 uren per jaar. Deze inzet wordt gerealiseerd in werkelijk ingezette uren en niet in contracturen. Dit betekent dat rekening wordt gehouden met afwezigheid door vakantie-, verlof- en feestdagen. 4.. De aanbieder hanteert voor de ouderbijdrage voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag de ‘VNG-adviestabel ouderbijdragen peuteropvang’ van het betreffende jaar. 5.. Het koptarief is alleen beschikbaar voor (doelgroep)peuters als de ouderbijdrage is gebaseerd op het landelijk maximum uurtarief of op de ‘Vereniging voor Nederlandse Gemeentenadviestabel ouderbijdrage peuteropvang’. 6.. De aanbieder int zelf de ouderbijdrage en is verantwoordelijk voor het risico van niet-betalers.

Rechtspraak bij dit artikel