Voor het bepalen van de hoogte van de ouderbijdrage worden, voor het bepalen van de hoogte van het gezinsinkomen, de meest recente Inkomensverklaringen gebruikt van beide ouders, bij een éénoudergezin van de ouder. Bij sterke afwijking van het inkomen of wanneer ouders geen Inkomensverklaringen kunnen overleggen, kan gebruik worden gemaakt van aanvullende documenten zoals een salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering etc. Uit de documenten dient te blijken dat het inkomen structureel is, en in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan plaatsing.
Als de inkomenssituatie zodanig wijzigt dat ouders in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag, dan vervalt het recht op subsidie zodra het recht op kinderopvangtoeslag is ingegaan. Ouders worden door de aanbieder verplicht per ommegaande te melden dat zij in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag.
Als een verlaging van het inkomen zodanig is dat ouders in een lagere inkomenscategorie van de geldende VNG-adviestabel ouderbijdrage peuteropvang vallen, kan een aanbieder de ouderbijdrage herzien op basis van de meest recente loongegevens, loonstrook, uitkeringsbeschikking of de meest recente Inkomensverklaring.
Aanbieder verschaft op verzoek informatie aan de gemeente, de Inspectie van het Onderwijs, het Ministerie van Onderwijs of aan andere door de gemeente aangewezen instanties.
Voor kinderen die niet (direct) uitstromen naar het reguliere basisonderwijs is verlenging van de plaatsing na het bereiken van de leeftijd van 4 jaar mogelijk; hiertoe dient een verzoek tot verlenging bij het college te worden ingediend.
Aanbieder beschikt (voor de peuters waarvoor subsidie wordt ontvangen) over onderliggende gegevens en kan deze indien gewenst, binnen een redelijke termijn beschikbaar stellen aan de gemeente. Het gaat daarbij onder meer om:
een door de ouder(s) ondertekend contract met daarin de namen, adres(sen) en BSN van ouder(s);
naam, geboortedatum en BSN van de peuter waarop de aanvraag betrekking heeft;
eventueel een ‘Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’ en een Inkomensverklaring van de niet-werkende ouder, voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag;
inkomensgegevens van ouders die geen recht hebben op kinderopvang-toeslag middels recente Inkomensverklaringen of een kopie van de definitieve aanslag van de inkomstenbelasting van het voorgaande jaar;
indien het gaat om een doelgroeppeuter op een VE-peuterplaats: een bewijs van indicatiestelling voor VE van JGZ.
Artikel 6.
Specifieke uitvoeringsregels
Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en VE gemeente Heerenveen