Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Waarom een Nota burger– en overheidsparticipatie?

Onderdeel van Nota Burger- en overheidsparticipatie Opmeer

Inleiding In de gemeente Opmeer doen inwoners en organisaties actief mee met het bepalen van de leefomgeving. Dat kan door mee te denken en mee te doen met het ontwikkelen en uitvoeren van plannen en beleid van de gemeente of door zelf initiatieven te nemen. Op steeds meer terreinen voelt de gemeente de urgentie van grote complexe maatschappelijke opgaven die om meer integrale benadering van beleid vragen. De energietransitie, aardgasvrije dorpen, de Omgevingswet en de decentralisatie in het sociaal domein brengen ingewikkelde vraagstukken en uitdagingen met zich mee. Gemeenten krijgen daarom steeds meer bestuurlijke ruimte om samen met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties keuzes te maken voor inrichting van de sociale en de fysieke leefomgeving. We gaan daarvoor meer opgavengericht beleid ontwikkelen en uitvoeren. Het betekent dat ook meer ruimte wordt gegeven aan de samenleving om zelf te komen met oplossingen en initiatieven. Bij veel van de vraagstukken is de rol van inwoners en organisaties cruciaal. Het is van groot belang dat zij gehoord worden en invloed hebben binnen hun lokale democratie op de keuzes die door het lokaal bestuur gemaakt worden. Op deze belangrijke vraagstukken moet samengewerkt worden, met inwoners, bedrijfsleven en instellingen, urgenter en intensiever dan ooit tevoren. Die samenwerking vraagt van de gemeente om een andere manier van denken en werken, met andere rollen en vaardigheden. Dit maakt dat er behoefte is aan toepassing van een vaste herkenbare werkmethodiek. Op basis waarvan voor zowel het gemeentebestuur als voor de inwoners en organisaties op gestructureerde en heldere wijze een afweging plaatsvindt hoe, op welk moment en volgens welke procedure en met welke invloed, respectievelijk de burgers en organisaties bij het beleidsproces van de gemeente worden betrokken (burgerparticipatie) en de gemeente deelneemt aan een initiatief van de burgers en organisaties (overheidsparticipatie). Deze nota maakt het voor alle betrokken partijen duidelijk wat het participatiebeleid van de gemeente inhoud: voor de raad, het college, medewerkers van de gemeente, organisaties en inwoners. Kaders Op participatie van burgers zijn kaders van toepassing. Bij het maken van deze visie is met deze kaders rekening gehouden Wet openbaarheid. Van Bestuur De wet geeft in artikel 8, 1e lid aan dat bestuursorganen uit eigen beweging informatie verschaffen over het beleid, inclusief de voorbereiding en de uitvoering, zodra dat in het belang is van een goede en democratische bestuursvoering. In het 2e lid is bepaald dat de gemeente er zorg voor draagt dat de informatie wordt verschaf in begrijpelijke vorm , op zodanige wijze, dat belanghebbende burgers zoveel mogelijk worden bereikt en op zodanige tijdstippen, dat deze hun inzichten tijdig ter kennis van de gemeente kunnen brengen. Algemene wet bestuursrecht De Algemene wet bestuursrecht geeft regels voor de voorbereiding en totstandkoming van besluiten. Bij besluiten die invloed hebben op veel mensen is meestal de afdeling 3.4 van de wet van toepassing , op basis waarvan een zienswijze kan worden ingediend op het ontwerpbesluit (uniforme openbare voorbereidingsprocedure). Als de gemeente participatiemogelijkheden wil geven bij de voorbereiding van beleid is de inspraakverordening aanvullend. Afd. 3.4. van de Awb is in beginsel onderdeel van de inspraakprocedure, maar de gemeente kan voor een andere inspraakprocedure kiezen De inspraakprocedure is wettelijk geregeld in artikelen 3.11 tot en met 3.17 van de Awb Welke procedure de gemeente ook kiest, het moet zich houden aan algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals een zorgvuldige voorbereiding en een goede belangenafweging. Gemeentewet Artikel 150 Gemeentewet verplicht de gemeenteraad een verordening vast te stellen, waarin regels worden gesteld over de wijze waarop inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van gemeentelijke beleid worden betrokken. Dit is gebeurd in de ‘Inspraakverordening gemeente Opmeer 2012’. Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet maatschappelijk ondersteuning In drie wetten binnen het sociaal domein – de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet maatschappelijk ondersteuning is bepaald dat nadere regels opgesteld moeten worden over de manier waarop inwoner, cliënten en/of hun vertegenwoordigers betrokken worden bij de uitvoering van deze wetten. Omgevingswet De Omgevingswet zegt over participatie: ‘het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden […] bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit’. Voor gemeenten zijn drie instrumenten relevant inzake participatie. Dit zijn de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. In het Omgevingsbesluit staan regels om participatie te waarborgen. Bij het omgevingsplan geeft de gemeente in een kennisgeving aan hoe het participatietraject eruit komt te zien. Ook is een motiveringsplicht opgenomen: de gemeente geeft bij het besluit aan hoe het de omgeving bij de voorbereiding heeft betrokken. En wat het met de resultaten heeft gedaan. De motiveringsplicht geldt voor de omgevingsvisie, het programma, en het omgevingsplan. Voor de omgevingsvergunning wordt geregeld dat de initiatiefnemer in de aanvraag moet aangeven of –en hoe– er overleg is geweest met belanghebbenden. Dat gebeurt in de omgevingsregeling. Coalitieakkoord 2018-2022 In het coalitieakkoord staat dat de gemeente een moderne bestuursstijl wil en daarom burgers tijdig en (inter)actief bij belangrijke plan- en besluitvorming wil betrekken. De gemeente wil participatie verder en breder inzetten en nadenken over alternatieven om goede burgerparticipatie in plan- en besluitvorming een plek te geven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel