Naar hoofdinhoud
1.. De belanghebbende die een vermogen heeft dat lager is of gelijk is aan het vrij te laten vermogen conform artikel 34, derde lid van de wet, heeft geen in aanmerking te nemen vermogen. 2.. Tot het vermogen worden alleen beschikbare geldmiddelen gerekend waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Te weten: contant geld; geld op betaal- en spaarrekeningen; cryptovaluta (zoals bitcoins); de waarde van effecten (hierbij gaat het om beleggingsrekeningen met aandelen, obligaties, en opties en effecten in depot). 3. . (Spaar)rekeningen op naam van minderjarige kinderen worden buiten beschouwing gelaten. 4. . Beschikbaar vermogen wordt in mindering gebracht op de hoogte van de tegemoetkoming.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel