Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 2

HUURPRIJSGRENZEN

Onderdeel van Verordening betaalbare woningbouw Maastricht 2021

1.. De aanvangshuurprijs voor sociale huurwoningen bedraagt maximaal de bedragen zoals bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag. 2.. De aanvangshuurprijs voor middeldure huurwoningen bedraagt tenminste het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag en ten hoogste € 1.200 voor grondgebonden woningen en € 1.000 voor appartementen. 3.. De in het eerste lid bedoelde maximale huurprijzen worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12, tweede lid van het Besluit huurprijzen woonruimte. 4.. De in het tweede lid bedoelde maximale aanvangshuur wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig de consumentenprijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 5.. De hoogte van de huurprijs van sociale huurwoningen dient gerekend vanaf de datum van eerste verhuur gedurende de instandhoudingstermijn zoals genoemd in artikel 6 onder het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag te blijven. 6.. De hoogte van de huurprijs van middeldure huurwoningen dient gerekend vanaf de datum van eerste verhuur gedurende de instandhoudingstermijn zoals genoemd in artikel 6, onder het bedrag uit artikel 2 lid 2 te blijven, rekening houden met de indexering zoals vastgelegd in artikel 2 lid 4.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel