**1..** De aanvangshuurprijs voor sociale huurwoningen bedraagt maximaal de bedragen zoals bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag.
**2..** De aanvangshuurprijs voor middeldure huurwoningen bedraagt tenminste het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag en ten hoogste € 1.200 voor grondgebonden woningen en € 1.000 voor appartementen.
**3..** De in het eerste lid bedoelde maximale huurprijzen worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12, tweede lid van het Besluit huurprijzen woonruimte.
**4..** De in het tweede lid bedoelde maximale aanvangshuur wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd overeenkomstig de consumentenprijsindex van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
**5..** De hoogte van de huurprijs van sociale huurwoningen dient gerekend vanaf de datum van eerste verhuur gedurende de instandhoudingstermijn zoals genoemd in artikel 6 onder het bedrag bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag te blijven.
**6..** De hoogte van de huurprijs van middeldure huurwoningen dient gerekend vanaf de datum van eerste verhuur gedurende de instandhoudingstermijn zoals genoemd in artikel 6, onder het bedrag uit artikel 2 lid 2 te blijven, rekening houden met de indexering zoals vastgelegd in artikel 2 lid 4.
HOOFDSTUK 1
Artikel 2
HUURPRIJSGRENZEN
Onderdeel van Verordening betaalbare woningbouw Maastricht 2021