Het college kan de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 14, eerste lid, intrekken:
als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid;
voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten;
als blijkt dat de voorschriften die zijn verbonden aan de vergunning niet worden nagekomen.
Artikel 15
Intrekken van de omgevingsvergunning
Onderdeel van Erfgoedverordening Súdwest-Fryslân 2021