De gemeenteraad kan, op voorstel van het college, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 18, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 18, tweede en derde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing.
Indien de in lid 1 genoemde wijziging of intrekking een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het stads- en dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft is als zodanig tenietgegaan blijft toepassing van artikel 18, tweede en derde lid achterwege.
Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- en dorpsgezicht, waar de aanwijzing betrekking op heeft, wordt aangewezen als:
beschermd stads- en dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, of
beschermd stads- en dorpsgezicht op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing onherroepelijk is geworden, wordt dat meteen verwerkt in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 19
Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke stads- en dorpsgezicht
Onderdeel van Erfgoedverordening Súdwest-Fryslân 2021