Voor zover blijkt een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel aan hem kan worden toegerekend, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een redelijke tegemoetkoming toe, als de schade in relatie staat tot:
de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in artikel 14 te verlenen;
de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 14.