Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 11.

Ambtshalve kwijtschelding bijstand

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Bbz 2004 gemeente Oldambt 2021

Het college besluit ambtshalve tot kwijtschelding indien de belanghebbende: gedurende zestig maanden zijn aflossingsverplichting voor de teruggevorderde bijstand onafgebroken en naar draagkracht is nagekomen; bij onderbreking van het terugbetalingsgedrag kan de periode met drie jaar worden verlengd; gedurende een periode van twee jaar niet of zeer onregelmatig heeft afgelost op een vordering en de nog openstaande vorderingen minder bedragen dan € 50; gedurende vijf jaar geen aflossingen aan een niet-verwijtbare vordering heeft gedaan en het niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment alsnog gaat verrichten; De in het eerste lid onder c genoemde termijn bedraagt tien jaar indien: sprake is van een verwijtbare vordering wegens het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht; er geen sprake is van vermogen waarmee de vordering geheel of gedeeltelijk kan worden voldaan. Ingeval artikel 13 Bbz 2004 bij de toekenning van toepassing was bedraagt de terugbetalingsperiode maximaal tien jaar na beëindiging van de uitkering op grond van het Bbz 2004. Deze termijn kan na schriftelijk verzoek met maximaal drie jaar worden verlengd. Na het voldoen aan de afgesproken aflossingsbedragen kan het restant worden kwijtgescholden. Het college gaat niet over tot kwijtschelding als er sprake is van dwanginvordering.

Rechtspraak bij dit artikel